Konijnen vaccineren voor fokkers (KLN)

Home » Acties, Konijnen, Nieuws » Konijnen vaccineren voor fokkers (KLN)

on mei 15, 17 • by • with

Ik wil de konijnenfokkers die lid zijn van de KLN, aanbieden om ca. 1x per maand voor 5 euro per konijn, hun konijn te laten enten, dit kan vanaf 17:00 uur maar tot 21:00 uur. (bij drukte tot later)

Dit is voor RHD2 en indien u dat wilt ook voor RHD1 en Myxomatose (voor dezelfde prijs). De vaccinatie is half jaar of een jaar geldig, afhankelijk van het merk wat we die dag beschikbaar hebben. Bij hogere infectiedruk raden we sowieso aan 1x per half jaar te vaccineren.

U krijgt een handtekening (zelf papier meenemen).

Onze eerstvolgende vaccinatie avond zal zijn op 1 juni (donderdags).

Merken die wij gebruiken zijn:

  • Filavac K C V
  • Lyomyxovax
  • Nobivac Myxo-RHD
  • Eravac

 

Zie onder voor de bijsluiters.


Men kan parkeren rond onze praktijk, (ruime parkeerplaats), even binnen melden en afrekenen (kan ook met pin) en de dierenarts zal dan tussendoor naar buiten komen om de dieren te vaccineren bij de auto.

voorstel voor andere data:
• Dinsdag 4 juli
• Donderdag 3 aug
• Maandag
4 september
• Donderdag 5 okt.
• Maandag
6 november
• Woensdag
6 dec.
Het zal steeds doordeweeks zijn (niet op vrijdag)
deze data zijn nog niet helemaal vastgelegd.

Ook al is het maar 1 fokker, iedereen is welkom, de dag gaat sowieso door.

Ik hoor het graag als je wilt komen en met hoeveel dieren (ivm bestellen vaccin), bel dus even naar de praktijk of mail naar praktijk@schellerlanden.nl

Met vriendelijke groet

Bieneke Meek
dierenarts voor gezelschapsdieren, konijnenspecialist en praktijkeigenaar. Fokker van Kleurdwerg tan en haaskleur

Bijsluiters:


1. NAAM VAN HET DIERGENEESMIDDEL FILAVAC VHD K C+V suspensie voor injectie voor konijnen. 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Per dosis (0,5 ml voor de één-dosis flacon of 0,2 ml voor de 50 en 200 doses flacon): Rabbit Haemorrhagic Disease Virus, stam LP.SV.2012 (variant stam 2010, RHDV2), geïnactiveerd……………..………………….………………………….min 1 BD90% * Rabbit Haemorrhagic Disease Virus, stam IM507.SC.2011 (klassieke stam, RHDV1), geïnactiveerd……………………………………………………………min 1 BD90% * Adjuvans: Aluminium hydroxide (Al3+) ………………………………….….……0,35 mg (*)Beschermende dosis voor ten minste 90% van de gevaccineerde dieren. Zie rubriek 6.1 voor de volledige lijst van hulpstoffen. 3. FARMACEUTISCHE VORM Suspensie voor injectie. Roodachtige homogene suspensie vóór en na verdunnen. 4. KLINISCHE GEGEVENS 4.1.Doeldiersoort(en) Konijn. 4.2.Indicaties voor gebruik met specificatie van de doeldiersoort(en) Voor de actieve immunisatie van konijnen (vlees- en fokkonijnen) vanaf de leeftijd van 10 weken ter vermindering van mortaliteit als gevolg van Rabbit Haemorrhagic Disease Virus veroorzaakt door klassieke (RHDV1) en type 2 (RHDV2) virus stammen. Aanvang van de immuniteit: 7 dagen. Duur van de immuniteit: 12 maanden. 4.3.Contra-indicaties Geen. 4.4.Speciale waarschuwingen voor elke diersoort waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is Er is geen informatie beschikbaar over het gebruik van het vaccin bij seropositieve dieren en dieren met maternale antilichamen. Daarom moet er in situaties waarbij een hoge antilichaamtiter wordt verwacht, het vaccinatieschema overeenkomstig worden aangepast. De werkzaamheid van het vaccin werd niet aangetoond bij konijnen jonger dan 10 weken. BD/2017/REG NL 120127/zaak 554591 5 Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van het vaccin bij rassen van gezelschapskonijnen. 4.5.Speciale voorzorgsmaatregelen bij gebruik Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren Vaccineer alleen gezonde konijnen. Speciale voorzorgsmaatregelen, te nemen door degene die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient In geval van accidentele zelfinjectie, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond. 4.6.Bijwerkingen (frequentie en ernst) Zeer vaak: één dag na vaccinatie kan een tijdelijke stijging van de lichaamstemperatuur tot 1,6°C worden waargenomen. Vaak: na immunisatie treedt een beperkte lokale reactie op (subcutaan knobbeltje met een diameter tot 3 mm) welke tot ten minste 52 dagen voelbaar en zichtbaar kan zijn. De frequentie van bijwerkingen is als volgt gedefinieerd: – zeer vaak bij (meer dan 1 op de 10 dieren vertonen bijwerking(en) gedurende de duur van één behandeling) – vaak (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 100 dieren) – soms (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 1.000 dieren) – zelden (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 10.000 dieren) – zeer zelden (minder dan 1 van de 10.000 dieren, inclusief geïsoleerde rapporten). 4.7.Gebruik tijdens dracht, lactatie of leg Dracht: In de beschikbare studie (veldstudie) werd geen abortus vastgesteld bij drachtige dieren. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten/risicobeoordeling door de behandelend dierenarts. Vruchtbaarheid: De invloed van vaccinatie op de vruchtbaarheid van de konijnen werd niet onderzocht. 4.8.Interactie(s) met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit immunologisch diergeneesmiddel bij gebruik in combinatie met enig ander diergeneesmiddel. Ten aanzien van het gebruik van dit immunologisch diergeneesmiddel vóór of na enig ander diergeneesmiddel dient per geval een beslissing te worden genomen. 4.9.Dosering en toedieningsweg Eénmalige dosis via subcutane injectie bij elk dier met een volume van 0,5 ml bij gebruik van de ééndosis flacon of 0,2 ml bij gebruik van de flacon met 50 of 200 doses. BD/2017/REG NL 120127/zaak 554591 6 Eerste vaccinatie vanaf de leeftijd van 10 weken. Hervaccinatie: jaarlijks. Verdunnen van het vaccin in de flacon met 50 of 200 doses: Pas de gebruikelijke aseptische voorzorgsmaatregelen toe. Trek de verdunningsvloeistof op in een steriele spuit met een steriele naald en spuit de verdunningsvloeistof in de flacon met het vaccin. Schud zachtjes vóór en af en toe tijdens de toediening om een homogene suspensie te behouden. 4.10. Overdosering (symptomen, procedures in noodgevallen, antidota), indien noodzakelijk Na toediening van een dubbele dosis vaccin werden er geen andere bijwerkingen gezien dan die genoemd in rubriek 4.6. 4.11. Wachttermijn(en) Nul dagen. 5. IMMUNOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN Farmacotherapeutische groep: Immunologische diergeneesmiddelen, geïnactiveerde virale vaccins voor konijnen, Rabbit Haemorrhagic Disease Virus. ATCvet-code: QI08AA01 Stimulatie van actieve immuniteit tegen Rabbit Haemorrhagic Disease Virus (RHDV) veroorzaakt door RHDV1 (klassieke vorm) en RHDV2 (variant vorm). 6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS 6.1.Lijst van hulpstoffen Eén-dosis presentatie: Aluminium hydroxide Natriumdisulfiet Dinatriumwaterstoffosfaatdihydraat Kaliumdiwaterstoffosfaat Natriumhydroxide Water voor injectie Multi-doses presentatie: Aluminium hydroxide Natriumdisulfiet Dinatriumwaterstoffosfaatdihydraat Kaliumdiwaterstoffosfaat Natriumhydroxide Water voor injectie BD/2017/REG NL 120127/zaak 554591 7 Verdunningsvloeistof: Water voor injectie 6.2.Onverenigbaarheden Niet vermengen met enig ander diergeneesmiddel, behalve de verdunningsvloeistof bijgevoegd voor gebruik bij de multi-doses presentatie van het diergeneesmiddel. 6.3. Houdbaarheidstermijn Houdbaarheid van het diergeneesmiddel in de verkoopverpakking: 14 maanden. Houdbaarheid na verdunning volgens instructies (alleen voor multi-doses presentatie): 2 uur. 6.4. Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren Bewaren en transporteren bij 2 °C – 8 °C. Bescherm tegen licht. Niet in de vriezer bewaren. 6.5.Aard en samenstelling van de primaire verpakking Type I glazen flacons gesloten met nitrilrubber stoppen en felscapsules. Enkelvoudige dosis: flacon met 0,5 ml vaccin. 50-doses: flacon met 7,5 ml vaccin en flacon met 2,5 ml verdunningsvloeistof 200-doses: flacon met 30 ml vaccin en flacon met 10 ml verdunningsvloeistof Secundaire verpakking: kartonnen doos. Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht. 6.6.Speciale voorzorgsmaatregelen voor de verwijdering van het ongebruikte diergeneesmiddel of eventueel uit het gebruik van een dergelijk middel voortvloeiend afvalmateriaal Ongebruikte diergeneesmiddelen of restanten hiervan dienen in overeenstemming met de nationale vereisten te worden verwijderd. 7. NAAM VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN FILAVIE 20, La Corbière 49450 Roussay Frankrijk 8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN REG NL 120127 BD/2017/REG NL 120127/zaak 554591 8 9. DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING Datum van eerste vergunningverlening: 12 april 2017 KANALISATIE UDD


 

1. NAAM VAN HET DIERGENEESMIDDEL ERAVAC emulsie voor injectie bij konijnen. 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Elke dosis van 0,5 ml bevat: Werkzame bestanddelen: Geïnactiveerd viraal hemorragisch syndroom van het type 2 (RHDV2), stam V-1037 ≥ 70% cELISA40* Adjuvans: Minerale olie 104,125 mg Hulpstoffen: Thiomersal 0,05 mg (*) ≥ 70% van de gevaccineerde konijnen zal cELISA-antilichaamtiters geven van 40 of hoger. Zie rubriek 6.1 voor de volledige lijst van hulpstoffen. 3. FARMACEUTISCHE VORM Emulsie voor injectie. Witachtige emulsie. 4. KLINISCHE GEGEVENS 4.1 Doeldiersoort(en) Konijn 4.2 Indicaties voor gebruik met specificatie van de doeldiersoort(en) Voor actieve immunisatie van vleeskonijnen vanaf 30 dagen oud om sterfte als gevolg van het viraal hemorragisch syndroom virustype 2 (RHDV2) te verminderen. Begin van de immuniteit: 7 dagen Duur van de immuniteit: is niet aangetoond 4.3 Contra-indicaties Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel, de adjuvantia of één van de hulpstoffen. 4.4 Speciale waarschuwingen voor elke diersoort waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is Het vaccin biedt alleen bescherming tegen RHDV2, er is geen kruisbescherming tegen klassieke RHDV aangetoond. Alleen vleeskonijnen vaccineren. Er is geen informatie beschikbaar over de veligheid en de effectiviteit in andere categorieën zoals fokkonijnen of gezelschapskonijnen. 3 4.5 Speciale voorzorgsmaatregelen bij gebruik Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren Alleen gezonde konijnen vaccineren. Vaccinatie wordt aanbevolen waar RHDV2 epidemiologisch relevant is. Speciale voorzorgsmaatregelen, te nemen door degene die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient Voor de gebruiker: Dit diergeneesmiddel bevat minerale olie. Accidentele injectie/zelfinjectie kan ernstige pijn en zwelling tot gevolg hebben, vooral in geval van injectie in een gewricht of vinger. Zonder snel medisch ingrijpen kan dit in zeldzame gevallen leiden tot verlies van de betrokken vinger. Raadpleeg in geval van accidentele injectie onmiddellijk een arts, zelfs wanneer de geïnjecteerde hoeveelheid miniem is. Zorg ervoor dat u de bijsluiter bij u heeft. Consulteer opnieuw een arts, als de pijn meer dan 12 uur na het eerste medisch onderzoek aanhoudt. Voor de arts: Dit diergeneesmiddel bevat minerale olie. Accidentele injectie, zelfs met kleine hoeveelheden, kan hevige zwelling veroorzaken die bijvoorbeeld kan leiden tot ischemische necrose en zelfs tot verlies van een vinger. Onderzoek door een deskundig chirurg is met SPOED vereist. Het kan nodig zijn een vroege incisie te maken in het geïnjecteerde gebied en dit te irrigeren, met name wanneer de weke massa van de vinger of pezen aangetast is. 4.6 Bijwerkingen (frequentie en ernst) Zeer vaak voorkomend: er kan zich na twee tot drie dagen na vaccinatie een voorbijgaande temperatuurverhoging tot net boven 40 ºC voordoen. Deze lichte temperatuurverhoging verdwijnt spontaan, zonder behandeling na 5 dagen na de vaccinatie. De frequentie van bijwerkingen is als volgt gedefinieerd: – Zeer vaak (meer dan 1 op de 10 dieren vertonen bijwerking(en) gedurende de duur van één behandeling) – Vaak (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 100 dieren) – Soms (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 1.000 dieren) – Zelden (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 10.000 dieren) – Zeer zelden (minder dan 1 van de 10.000 dieren, inclusief geïsoleerde rapporten) 4.7 Gebruik tijdens dracht, lactatie of leg Dracht en lactatie: Niet gebruiken gedurende dracht en lactatie. 4.8 Interactie(s) met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit vaccin bij gebruik in combinatie met enig ander diergeneesmiddel. Ten aanzien van het gebruik van dit vaccin vóór of na enig ander diergeneesmiddel dient per geval een besluit te worden genomen. 4.9 Dosering en toedieningsweg Subcutaan gebruik. Dien 1 dosis (0,5 ml) van het diergeneesmiddel toe aan konijnen op de leeftijd van 30 dagen via een subcutane injectie op de laterale thoracale wand. 4 Laat het vaccin vóór gebruik op kamertemperatuur komen. Goed schudden voor toediening. 4.10 Overdosering (symptomen, procedures in noodgevallen, antidota), indien noodzakelijk Geen gegevens beschikbaar. 4.11 Wachttermijn(en) Nul dagen. 5. IMMUNOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN Farmacotherapeutische groep: Geïnactiveerde virale vaccins voor Leporidae, geïnactiveerd viraal vaccin voor konijnen. ATCvet-code: QI08AA Om de immuniteit te stimuleren tegen het viraal hemorragisch syndroom van het type 2 (RHDV2) Op grond van serologische gegevens zijn vanaf 21 dagen na vaccinatie antilichamen aanwezig. 6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS 6.1 Lijst van hulpstoffen Minerale olie Thiomersal Sorbitan-mono-oleaat Polysorbaat 80 Natriumchloride Kaliumchloride Dinatriumfosfaat-dodecahydraat Kaliumdiwaterstoffosfaat Water voor injecties 6.2 Onverenigbaarheden Niet vermengen met enig ander diergeneesmiddel. 6.3 Houdbaarheidstermijn Houdbaarheid van het diergeneesmiddel in de verkoopverpakking: 1 jaar Houdbaarheid na eerste opening van de primaire verpakking: direct gebruiken. 6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren Bewaren en transporteren bij 2 °C – 8 °C. Vrijwaren tegen bevriezing. Bewaar de flacon in de buitenverpakking ter bescherming tegen licht. 6.5 Aard en samenstelling van de primaire verpakking Flacons van kleurloos type I-glas met 5 ml (10 doses) en 20 ml (40 doses). De flacons zijn afgesloten met een rubberen stop en een aluminium dop. 5 Verpakkingsgrootten: Kartonnen doos met 1 glazen flacon met 10 doses (5 ml). Kartonnen doos met 1 glazen flacon met 40 doses (20 ml). Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht. 6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor de verwijdering van het ongebruikte diergeneesmiddel of eventueel uit het gebruik van een dergelijk middel voortvloeiend afvalmateriaal Ongebruikte diergeneesmiddelen of restanten hiervan dienen in overeenstemming met de nationale vereisten te worden verwijderd. 7. NAAM VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN LABORATORIOS HIPRA, S.A. Avda. La Selva, 135 17170- AMER (Girona) SPANJE Tel.: +34 972 430660 Fax: +34 972 430661 E-mail: hipra@hipra.com 8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN EU/2/16/199/001-002 9. DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING/LAATSTE VERLENGING VAN DE VERGUNNING Datum van eerste verlening van de vergunning: 22/09/2016 10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST {MM/JJJJ} Zie voor nadere bijzonderheden over dit diergeneesmiddel de website van het Europees Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu/. VERBODSMAATREGELEN TEN AANZIEN VAN DE VERKOOP, LEVERING EN/OF GEBRUIK / KANALISATIE Niet van toepassing.


1. NAAM VAN HET DIERGENEESMIDDEL Nobivac Myxo-RHD, lyofilisaat en suspendeervloeistof voor injectie voor konijn. 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Per dosis: Werkzaam bestanddeel: Levend myxomavirus met RHD-virus vector, stam 009: ≥103,0 en ≤ 106,1 FFU* *FFU = Focus Forming Units Hulpstof(fen): Zie rubriek 6.1 voor de volledige lijst van hulpstoffen. 3. FARMACEUTISCHE VORM Lyofilisaat en suspendeervloeistof voor injectie. Lyofilisaat: gebroken wit- of crèmekleurige pellet. Solvens: doorzichtige kleurloze oplossing. Gereconstitueerd product: rozeachtige of rozekleurige suspensie. 4. KLINISCHE GEGEVENS 4.1 Doeldiersoort Konijn. 4.2 Indicaties voor gebruik met specificatie van de doeldiersoort(en) Voor de actieve immunisatie van konijnen vanaf de leeftijd van 5 weken ter vermindering van de mortaliteit en de klinische verschijnselen van myxomatose en ter preventie van mortaliteit ten gevolge van viraal hemorrhagisch syndroom (rabbit haemorrhagic disease, RHD) veroorzaakt door klassieke RHD virusstammen. Aanvang immuniteit: 3 weken na vaccinatie Immuniteitsduur: 1 jaar 4.3 Contra-indicaties Geen. 4.4 Speciale waarschuwingen voor elke diersoort waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is Geen. 4.5 Speciale voorzorgsmaatregelen bij gebruik Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren 3 Vaccineer alleen gezonde dieren. Het is mogelijk dat konijnen die al eerder gevaccineerd zijn met een ander myxomatose vaccin of die een veldinfectie met myxomatose hebben doorgemaakt na vaccinatie geen adequate immuunrespons ontwikkelen tegen RHD. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door degene die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient Niet van toepassing. 4.6 Bijwerkingen (frequentie en ernst) Een tijdelijke verhoging van de lichaamstemperatuur met 1 – 2 °C kan vaak voorkomen. Een kleine, niet pijnlijke zwelling (diameter maximaal 2 cm) op de injectieplaats wordt regelmatig waargenomen binnen de eerste twee weken na vaccinatie. De zwelling zal ongeveer 3 weken na vaccinatie volledig verdwenen zijn. In konijnen die gehouden worden als gezelschapsdier kunnen, in zeer zeldzame gevallen, reacties op de plaats van injectie zoals necrose, huidschilfers, korsten of haaruitval optreden. In zeer zeldzame gevallen kunnen ernstige overgevoeligheidsreacties, die fataal kunnen zijn, optreden na vaccinatie. In zeer zeldzame gevallen kunnen milde klinische verschijnselen van myxomatose optreden tot 3 weken na vaccinatie. Recente of latente infectie met myxoma veld virus lijkt hierbij een zekere rol te spelen. De frequentie van bijwerkingen is als volgt gedefinieerd: – zeer vaak (meer dan 1 op de 10 dieren vertonen bijwerkingen gedurende de duur van één behandeling) – vaak (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 100 dieren) – soms (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 1.000 dieren) – zelden (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 10.000 dieren) – zeer zelden (minder dan 1 van de 10.000 dieren, inclusief geïsoleerde meldingen). 4.7 Gebruik tijdens dracht, lactatie of leg Dracht: Studies naar het gebruik van het vaccin tijdens de vroege dracht hebben geen eenduidig resultaat opgeleverd. Daarom wordt vaccinatie tijdens de eerste 14 dagen van de dracht niet aanbevolen. Vruchtbaarheid: Er zijn geen veiligheidsstudies uitgevoerd naar het effect op de voortplanting bij mannelijke konijnen (rammelaars). Daarom wordt vaccinatie van mannelijke fokdieren niet aanbevolen. 4.8 Interactie(s) met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit vaccin bij gebruik in combinatie met enig ander diergeneesmiddel. Ten aanzien van het gebruik van dit vaccin vóór of na enig ander diergeneesmiddel dient per geval een besluit te worden genomen. 4.9 Dosering en toedieningsweg Subcutane toediening. Dien na suspenderen van het vaccin 1 dosis per dier via subcutane injectie toe aan konijnen vanaf de leeftijd van 5 weken. Vaccinatie jaarlijks herhalen. Zorg ervoor dat het lyofilisaat voor gebruik volledig gesuspendeerd is. 4 Flacon met enkelvoudige dosis: Suspendeer een enkelvoudige dosis gevriesdroogd vaccin met 1 ml Nobivac Myxo-RHD solvens en injecteer de volledige inhoud van de flacon. Flacon met meervoudige doses: Volume solvens Aantal toe te voegen flacons gevriesdroogd vaccin Injectievolume Totaal aantal konijnen dat kan worden gevaccineerd 10 ml 1 0,2 ml 50 50 ml 5 0,2 ml 250 Volg voor het op de juiste manier suspenderen van de inhoud van de flacon met meerdere doses de volgende werkwijze: 1. Voeg 1 – 2 ml Nobivac Myxo-RHD solvens toe aan de flacon met 50 doses en zorg ervoor dat het gevriesdroogde vaccin volledig suspendeert. 2. Trek de geconcentreerde vaccinsuspensie op uit de flacon en spuit deze suspensie terug in de flacon met Nobivac Myxo-RHD solvens. 3. Zorg ervoor dat de vaccinsuspensie die nu in de flacon Nobivac Myxo-RHD solvens is ontstaan goed wordt gemengd. 4. Gebruik de vaccinsuspensie binnen 4 uur na suspenderen. Vaccin dat daarna overblijft, moet worden verwijderd. 4.10 Overdosering (symptomen, procedures in noodgevallen, antidota), indien noodzakelijk Naast de klinische bijwerkingen die kunnen optreden na vaccinatie met een enkelvoudige dosering, kan een geringe zwelling van de locale lymfeknopen optreden binnen 3 dagen na overdosering. 4.11 Wachttijd(en) Nul dagen. 5. IMMUNOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN Farmacotherapeutische groep: Immunologisch product voor leporidae, levende virale vacccins ATCvet-code: Q108AD Stimulatie van de actieve immuniteit tegen het myxomavirus en het RHD-virus. De vaccinstam is een myxomavirus dat een gen van het kapseleiwit van het RHD-virus tot expressie brengt. Als gevolg hiervan worden konijnen geïmmuniseerd tegen zowel het myxomavirus als het RHD-virus. Na infectie met virulent myxomavirus kunnen sommige gevaccineerde dieren enkele zeer kleine zwellingen ontwikkelen, met name op de haarloze delen van het lichaam, die snel korstjes vormen. De korstjes verdwijnen doorgaans binnen 2 weken nadat de kleine zwellingen zijn ontstaan. Deze korstjes worden uitsluitend waargenomen bij dieren met actieve immuniteit en hebben geen invloed op de algemene gezondheidstoestand, de eetlust en het gedrag van het konijn. 6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS 6.1 Lijst van hulpstoffen 5 Lyofilisaat: Gehydrolyseerde gelatine Pancreas caseïne hydrolysaat Sorbitol Dinatriumwaterstoffosfaatdihydraat Solvens: Dinatriumwaterstoffosfaatdihydraat Kaliumdiwaterstoffosfaat Water voor injecties 6.2 Onverenigbaarheden Niet vermengen met enig ander diergeneesmiddel, behalve het solvens dat wordt geleverd voor gebruik bij het product. 6.3 Houdbaarheidstermijn Houdbaarheid van het lyofilisaat in de verkoopverpakking: 2 jaar. Houdbaarheid van het solvens in de verkoopverpakking: – glazen flacons à 1 ml en 10 ml: 4 jaar. – PET flacons à 50 ml: 2 jaar. Houdbaarheid na suspenderen volgens instructies: 4 uur. 6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren Lyofilisaat: Bewaren in een koelkast bij 2 °C – 8 °C. Beschermen tegen bevriezing. Beschermen tegen licht. Solvens (PET flacon à 50 ml): Bewaren in een koelkast bij 2 °C – 8 °C. Beschermen tegen bevriezing. Solvens (glazen flacons à 1 ml en 10 ml): Geen speciale voorzorgen voor de bewaring. 6.5 Aard en samenstelling van de primaire verpakking Lyofilisaat: Glazen flacon à 1 of 50 doses, afgesloten met een halogeenbutyl rubberstop en een aluminium felscapsule. Solvens: Glazen flacon à 1 ml of 10 ml of polyethyleen terephthalaat (PET) flacon à 50 ml, afgesloten met een halogeenbutyl rubberstop en een aluminium felscapsule. Verpakking: – Plastic doos met 5 flacons à 1 dosis vaccin en 5 flacons à 1 ml solvens. – Plastic doos met 25 flacons à 1 dosis vaccin en 25 flacons à 1 ml solvens. – Kartonnen doos met 10 flacons à 50 doses vaccin + kartonnen doos met 10 flacons à 10 ml solvens. – Kartonnen doos met 10 flacons à 50 doses vaccin + 2 kartonnen dozen met ieder 1 flacon à 50 ml solvens. 6 Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht. 6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor de verwijdering van het ongebruikte diergeneesmiddel of eventueel uit het gebruik van een dergelijk middel voortvloeiend afvalmateriaal Verwijder de restanten van het middel door koken, verbranding of onderdompeling in een geschikt desinfectiemiddel, goedgekeurd voor gebruik door de bevoegde instantie. 7. NAAM VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN Intervet International B.V. Wim de Körverstraat 35 5831 AN Boxmeer Nederland 8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING(EN) VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN EU/2/11/132/001-004 9. DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING Datum van eerste vergunningverlening: 07/09/2011 Datum van laatste verlenging: 21/06/2016 10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST Zie voor nadere bijzonderheden over dit diergeneesmiddel de website van het Europees Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu/ . VERBODSMAATREGELEN TEN AANZIEN VAN DE VERKOOP, DE LEVERING EN/OF HET GEBRUIK De productie, import,het in bezit hebben, de verkoop, levering en/of het gebruik van Nobivac Myxo-RHD kan worden verboden in een lidstaat op het gehele of een deel van het grondgebied overeenkomstig het nationale diergeneeskundig beleid. Eenieder die voornemens is om Nobivac Myxo-RHD te produceren, importeren, in bezit te hebben, te verkopen, leveren en/of gebruiken dient de desbetreffende bevoegde instantie in de lidstaat voorafgaand aan de productie, import, het in bezit hebben, verkoop, levering en/of het gebruik te raadplegen over het actuele vaccinatiebeleid.


1. NAAM VAN HET DIERGENEESMIDDEL LYOMYXOVAX 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Per dosis van 0,5 ml Lyofilisaat: Werkzaam bestanddeel: levend Shope fibroma virus (stam FB), ten minste 2,7 log10 CCID50* * CCID50: Cell Culture Infective Dose 50 % Hulpstoffen: Zie rubriek 6.1 voor de volledige lijst van hulpstoffen. 3. FARMACEUTISCHE VORM Lyofilisaat met bijbehorende suspendeervloeistof voor suspensie voor injectie. 4. KLINISCHE GEGEVENS 4.1 Doeldiersoort Konijn. 4.2 Indicaties voor gebruik met specificatie van de doeldiersoort Actieve immunisatie van konijnen vanaf de leeftijd van 4 weken tegen myxomatose. Immuniteitsduur: na vaccinatie volgens voorschrift is een immuniteitsduur van 1 maand aangetoond. 4.3 Contra-indicaties Geen. 4.4 Speciale waarschuwingen voor elke diersoort waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is Geen dieren jonger dan 4 weken vaccineren. Geen konijnen in een met myxomatose besmet milieu vaccineren. 4.5 Speciale voorzorgsmaatregelen bij gebruik Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren Het gesuspendeerde vaccin goed schudden vóór gebruik. Alleen gezonde dieren vaccineren. Neem de gebruikelijke voorzorgsmaatregelen in acht. Gebruik voor ieder dier een nieuwe naald. Gebruik geen injectiemateriaal dat met behulp van desinfectantia is gedesinfecteerd. Speciale voorzorgsmaatregelen, te nemen door degene die het geneesmiddel aan de dieren toedient Handen en gebruikt vaccinatiemateriaal na de vaccinatie wassen en desinfecteren. In geval van accidentele zelfinjectie dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond. 4.6 Bijwerkingen (frequentie en ernst) Een lokale vaccinatiereactie (zwelling) kan voorkomen. Deze zwelling verdwijnt meestal volledig. Dwergrassen lijken in dit opzicht heftiger te reageren dan andere rassen. Dit kan een reden zijn geen dwergrassen te vaccineren. 4.7 Gebruik tijdens dracht, lactatie of leg Niet gebruiken tijdens de dracht en lactatie. 4.8 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit vaccin bij gebruik in combinatie met enig ander diergeneesmiddel. Ten aanzien van het gebruik van dit vaccin vóór of na enig ander diergeneesmiddel dient per geval een besluit te worden genomen. 4.9 Dosering en toedieningsweg Subcutaan. Eén dosis van 0,5 ml per konijn, vanaf de leeftijd van 4 weken. Bereidingswijze: Om het vaccin te gebruiken, de inhoud van de flacon met de suspendeervloeistof in de flacon met het lyofilisaat injecteren. Vóór gebruik goed schudden 4.10 Overdosering (symptomen, procedures in noodgevallen, antidota) Bij overdosering zijn geen andere bijwerkingen te verwachten dan die genoemd onder 4.6. 4.11 Wachttermijn (Orgaan)vlees: 0 dagen.. 5. IMMUNOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN Farmacotherapeutische groep: Levende, virale vaccins voor konijnen. ATCvet-code: QI08AD01. Stimulatie van de actieve immuniteit tegen myxomatose bij konijnen. 6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS 6.1 Lijst van hulpstoffen Lyofilisaat: Sucrose Boviene albumine Dikaliumfosfaat Kaliumglutamaat Monokaliumfosfaat Suspendeervloeistof: Water voor injectie 6.2 Onverenigbaarheden Niet vermengen met andere diergeneesmiddelen. 6.3 Houdbaarheidstermijn Houdbaarheid van het lyofilisaat en de suspendeervloeistof: 24 maanden. Houdbaarheid van het gesuspendeerde vaccin: binnen 2 uur gebruiken. 6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren Bewaren en vervoeren bij 2°C-8°C (in een koelkast). Beschermen tegen licht. 6.5 Aard en samenstelling van de primaire verpakking Lyofilisaat: glazen (Type I of II) injectieflacon van 10 doses met rubberstop en felscapsule. Suspendeervloeistof: glazen (Type I of II) injectieflacon met 5 ml met rubberstop en felscapsule. 6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor de verwijdering van het ongebruikte diergeneesmiddel of eventueel uit het gebruik van een dergelijk middel voortvloeiend afvalmateriaal Verwijder de restanten van het middel door koken, verbranding of onderdompeling in een geschikt desinfectiemiddel, in overeenstemming met de nationale vereisten. 7. NAAM VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN Merial BV, Kleermakerstraat 10, 1991 JL Velserbroek (Nederland). 8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN REG NL 3658 9. DATUM LAATSTE VERLENGING VAN DE VERGUNNING 17 juni 2004 10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST 14 september 2011 KANALISATIE UDD

 

Pin It

Related Posts

Comments are closed.

« »

Scroll to top