038-4654480

Kan vaccinatie schadelijk zijn of zelfs dodelijk?

Dit komt zeer zeer zelden voor. De cijfers: Gerapporteerde bijwerkingen bedragen samen 0,004% bij gevaccineerde honden¹ en 0,005% bij katten² en dit zijn alle bijwerkingen op een hoop, van mild tot ernstig.
Bij ons op de kliniek horen we zelden terug dat een volwassen dier na de vaccinatie ziek is geworden. Wel horen we af en toe dat jonge dieren na de vaccinatie wat rustig waren die avond. Of (bij kleine pups) dat de plek van de injectie pijn deed voor een paar uur. Heel soms geven we dan een pijnstiller.
Maar wat wel heel belangrijk is: dat het dier eerst goed nagekeken wordt en er een gesprek wordt gevoerd door de dierenarts met de eigenaar, om in te schatten of een dier wel gezond is. Als je een dier vaccineert wat al (mild) ziek is, dan kan hij/zij wel echt ziek worden!

Wat gebeurt er als je je hond niet voldoende vaccineert?

De hond loopt kans om ziek te worden. De ziektes waar wij standaard tegen vaccineren, zijn dodelijk (uitzondering is Kennelhoest).  Soms is een hond met zo’n ziekte nog te redden met intensieve medische zorg. Bijkomend probleem is dat de ziektes zeer besmettelijk zijn via ‘lichaamssappen’ zoals poep en urine, en dit is een groot probleem voor andere honden (met name pups). Ten derde, is er 1 ziekte bij honden (Weil of Leptospirose) die ook besmettelijk is voor mensen en mogelijk dodelijk.
Daarom adviseren wij altijd om te vaccineren, óók oude honden.
Ook het RIVM adviseert hondeneigenaren om honden te vaccineren.

Wat gebeurt er als je je kat niet voldoende vaccineert?

De kat loopt kans om ziek te worden. Oók als de kat nooit buiten komt. Wij vaccineren tegen 2 ziektes: Kattenziekte en Niesziekte. Kattenziekte komt zeer weinig voor maar is zeker dodelijk als uw kat het krijgt. Niesziekte komt zeer veel voor maar is vaak wel behandelbaar. Maar als uw kat eenmaal niesziekte heeft gehad, is de kans groot dat dit steeds terug komt. Ook hebben wij af en toe een kat moeten inslapen omdat deze niesziekte kreeg en hier niet meer van af kwam, en dit waren altijd katten die in het verleden niet hun jaarlijkse vaccinatie hebben gehad!
Zowel Kattenziekte als Niesziekte zijn extreem besmettelijk voor andere katten. Bij Niesziekte speelt de eigen afweer een grote rol. Is de afweer goed, dan kan de kat het minder makkelijk krijgen. Daarom krijgen katten tijdens een pensionbezoek eerder Niesziekte, omdat ze dan al gestresst zijn wordt de afweer lager.
Niesziekte kan wel besmettelijk zijn voor sommige mensen:

  • pasgeboren baby’s met een zwak immuunsysteem
  • hele oude mensen
  • mensen die een chemotherapie krijgen
  • mensen die zwakke longen hebben

Heeft uw dier écht elk jaar een vaccinatie nodig? 

Sommige componenten van de vaccinatie werken 1 jaar, sommige 3 jaar. Het antwoord is dus JA en NEE. Daarom vaccineren wij sommige componenten in de vaccinatie elk jaar opnieuw, en sommige componenten in de vaccinatie alleen maar elke 3 jaar. Wij houden dit bij in de patiëntenkaart van uw dier.
Uit onderzoek blijkt dat in een deel van de dieren de vaccinaties langer werken dan 3 jaar (tot wel een heel leven lang). Maar helaas blijken er ook ‘genetic non-responders’ te bestaan, dit zijn dieren bij wie een vaccinatie niet is aangeslagen. Lees hier meer over deze ‘genetic non-responders’.

Titerbepaling

Indien u een titerbepaling laat doen dan kunnen we zien hoe uw dier er op dat moment voor staat. We testen van de ziektes de hoeveelheid afweerstoffen in het bloed (de titer). Dit kan voor honden voor de ziektes Parvo, Hondenziekte en CAV/HCC/leverziekte (nummer 3, 4 en 5 in het vaccinatieboekje) en voor katten voor Kattenziekte (nummer 13 in het vaccinatieboekje). Voor de andere ziektes, zoals Leptospirose (6), Kennelhoest (7 en 8) en Niesziekte (14) kan dit helaas niet, of is het titeren niet betrouwbaar.

 paspoort3

Titerbepaling voor Niesziekte doen wij niet!

Niesziekte omvat twee van de componenten in de vaccinatie van de kat: Feline Herpesvirus en Feline Calicivirus. Titerbepaling hiervan is zinloos en kan een vals gevoel van veiligheid creëren. De waarde die uit de titerbepaling komt, zegt niet veel over de bescherming die de kat ertegen heeft. Leest u hier meer over in de wereldwijde richtlijn voor het vaccineren van huisdieren (WSAVA Guidelines)

Titerbepaling van CAV/HCC/Leverziekte hoeft niet steeds

Dit is een van de componenten in de vaccinatie van de hond. Van HCC is bekend dat de vaccinatie na eenmalig toedienen, eigenlijk geen nonresponders geeft. De dierenarts kan beredeneren of het titeren hiervan nodig is. Uit schattingen blijkt dat de kans op een zogenaamde genetic non-responders voor CAV bijna nul is (1 op 100.000) tegenover 1 op 5.000 voor CDV (Hondenziekte) en 1 op 1.000 voor Parvo (zie WSAVA Guidelines). Universiteit van Wisconsin/Madison legt dit verder uit in dit artikel, zij titeren ook niet standaard op CAV.

Ander feit is, dat HCC/CAV niet voorkomt in Europa. Maar tegenwoordig wordt door buitenlandprojecten en broodfokkers die stiekem hondjes importeren, de kans wel groter dat we ziektes importeren die we niet hadden.

Een pup hoeft pas voor het eerst op 12-13 weken leeftijd gevaccineerd te worden met HCC/CAV dus we hoeven pas op dat moment te gaan titeren voor HCC/CAV.

Een hond die volgens de titerbepaling te laag zit op HCC/CAV, kan vervolgens hiervoor gevaccineerd worden. Daarna is de verwachting dat er een goede respons is dus hoef je deze hond niet per se te titeren op HCC/CAV.

Een pup die nog nooit gevaccineerd is voor HCC/CAV, en die volgens de titerbepaling nog een goede titer heeft voor HCC/CAV, hoeft eigenlijk nog niet gevaccineerd te worden voor HCC/CAV. Doe je dit wél, dan zal je na 4 of meer weken wel een keer de titer moeten bepalen van HCC/CAV omdat het kan zijn dat de maternale antilichamen nu de vaccinatie hebben geblokkeerd.

Hoe gaat de test in zijn werk – volwassen dieren

Voor de titerbepaling worden door de assistente of dierenarts enkele druppels bloed afgenomen uit het pootje of de hals. Hiermee wordt de test gedaan. Binnen een kwartier is de uitslag bekend en zal de dierenarts vervolgens de uitslag met u bespreken. De dierenarts zal u adviseren om de componenten van de vaccinatie die te laag uit de titerbepaling komen, opnieuw te vaccineren aan aan uw dier. Ook zal de dierenarts een advies geven over de componenten waar niet op getiterd kan worden (in het kort: deze jaarlijks herhalen).

Hoe gaat de test in zijn werk – pups en kittens

Volgt u methode 1, dan kunt u een afspraak maken voor de titerbepaling voor uw dier, 4 weken na de laatste pup/kittenvaccinatie.

Volgt methode 2 maak dan 2 weken na de laatste vccinatie of titerbepaling een afspraak bij ons. Heeft de pup/kitten nog geen titerbepaling/vaccinatie gehad, maak dan direct een afspraak voor de eerste titerbepaling.

Wat kost het?

De tarieven staan op onze tarieven pagina.

Maak online een afspraak

Titerbepaling bij pups en kittens – methode 1

Methode 1 samengevat: Na de reeks vaccinaties zullen wij na de laatste vaccinatie 1x een titerbepaling doen om te zien of de vaccinaties zijn aangeslagen. 

De gebruikelijke methode in Nederland, is het vaccinatieschema van 6, 9 en 12 weken (pups) en 9 en 12 weken (kittens). Wordt dit schema op de juiste manier gevolgd en was het dier al die tijd gezond, dan gaan we er van uit dat de vaccinaties goed zijn aangeslagen. Twijfelen wij / u hier aan, dan kunnen we een titerbepaling doen na de reeks vaccinaties. Wanneer raden wij dit bijvoorbeeld aan:

  • buitenlandse dieren: indien uw dier uit het buitenland is gehaald, daarvan weten we dat zij vaker tóch Parvo of een andere ziekte krijgen die in de vaccinatie zou moeten zitten. Wij denken daarom dat de vaccinaties in het buitenland niet altijd sterk genoeg zijn, of niet altijd écht gegeven zijn
  • flesgevoerde dieren: hun immuunsysteem is vanaf het begin met andere stoffen in aanraking gekomen.
  • dieren die tijdens de vaccinatiereeks ziek zijn geworden
  • dieren die tijdens de vaccinatiereeks (zwaardere) medicijnen hebben gehad
  • achterblijvers: kittens en pups die wat trager groeien dan hun nestgenoten.

Vier weken na de laatste vaccinatie doen we een titerbepaling. Daaruit zal blijken of de vaccinaties goed zijn aangeslagen. Als de titer te laag is, dan zal de pup of kitten nogmaals gevaccineerd moeten worden.

Wij doen dit op 4 ipv 2-3 weken, omdat er ook zgn ‘slow-responders’ zijn (zie WSAVA Guidelines). 

Titerbepaling bij pups en kittens – methode 2

Methode 2 samengevat: we testen het jonge dier elke 2 weken, en vaccineren alleen als de titer te laag is, met als doel zo weinig mogelijk vaccinaties te geven.

De gebruikelijke methode in Nederland, is het vaccinatieschema van 6, 9 en 12 weken (pups) en 9 en 12 weken (kittens). Als we methode 2 gebruiken dan kunnen we wachten tot het beste moment om de pup of kitten te vaccineren en kunnen we op die manier minder vaccinaties toedienen. 

Honden en katten krijgen vóór en na de geboorte antistoffen mee van de moeder (genaamd ‘maternale antilichamen’). Hoe meer ze er hebben, hoe beter ze beschermd zullen zijn vanaf dag 1. Maar deze antistoffen blokkeren de vaccinaties, de vaccinaties kunnen dus niet goed aanslaan. De aanwezigheid van maternale antilichamen is de grootste oorzaak van het niet-reageren van een vaccinatie.  De maternale antilichamen worden na een tijdje afgebroken omdat het eiwitten zijn en deze zijn na een aantal maanden versleten. Het moment waarop dit gebeurt, is variabel, meestal gebeurt dit in de eerste 2 (pups) of 3 (kittens) maanden van het leven, maar het kan ook na 4 maanden zijn. We beginnen daarom bij pups al op 6 weken leeftijd met vaccineren en bij kittens op 9 weken leeftijd. We proberen de zogenaamde ‘immunity gap’ zo klein mogelijk te houden

NB. vanaf 16 weken bij pups, zijn de maternale antilichamen geen probleem meer. Indien je dan een vaccinatie geeft, zal deze niet geblokkeerd worden door maternale antilichamen. (zie WSAVA Guidelines).

Volgens de Nederlandse specialisten Overgaauw, Bouwmans en Egberink is methode 2 risicovol, omdat titeren een momentopname is, en men niet weet hoe lang de titer hoog genoeg blijft. (zie ook artikel KNMvD ‘consensus’).

Daarom adviseren wij om bij methode 2 al jong te beginnen met titeren (dus op 6-8 weken) en dit elke 2 weken te herhalen.  Als de titer te laag wordt dan vaccineren we. Laat je meer tijd tussen de afspraken zitten, dan loop je meer kans dat het dier een tijd met een lage titer rondloopt. We weten namelijk zeker dat de titer zal dalen, we weten alleen niet wanneer en hoe snel deze zal dalen! 

Let op, volgt u deze methode, dan zijn meerdere titerbepalingen nodig. Ook kan het zijn dat het dier méér injecties nodig heeft dan normaal, omdat we sommige vaccinaties dan opsplitsen, ze zitten dan niet meer in 1 spuit. Denk hier dus van tevoren goed over na of u dit wel wilt. Eventueel kunt u een afspraak maken met de dierenarts om de 2 methodes te vergelijken. 

Methode 1 meerwaarde

De dierenartsen van Dierenkliniek Schellerlanden zijn van mening zijn dat vaccinaties zelden schade geven en ons vaste protocol blijft dan ook het standaard vaccinatie schema zoals geadviseerd door Nobivac. Methode 1 voor pups en kittens vinden wij wel echt een meerwaarde hebben voor de gezondheid van het dier!

Titerbepaling voor volwassen katten en honden

Wilt u uw hond of kat laten titeren, dan kunt u dit altijd laten doen:

  • bij onze dierenarts (u krijgt de uitslag direct, aansluitend worden de vaccinaties gegeven, die de dierenarts adviseert ahv de titerbepaling en vaccinatiehistorie)
  • bij de assistente (er wordt geen consult gerekend en u krijgt de uitslag een dag later)

PROTOCOL interpretatie uitslagen

Wil je zelf snappen hoe het nou zit met vaccinaties (dierenartsen & diereigenaren) lees dan deze Vaccination Guidelines van de American Animal Hospital Association

LAGE TITER t/m 15 weken leeftijd

Te lage titer
Parvo Direct opnieuw vaccineren, 4 weken later weer titeren
Hondenziekte Direct opnieuw vaccineren, 4 weken later weer titeren
HCC/CAV In overleg* opnieuw vaccineren, 4 weken later weer titeren
Leptospirose hoe dan ook 2x vaccineren met 2-4 weken ertussen.
Para-influenza hoe dan ook 1x vaccineren.
Bordetella (KC) hoe dan ook 1x per jaar vaccineren.
Lyme nvt
Kattenziekte Direct opnieuw vaccineren, 4 weken later weer titeren
Niesziekte hoe dan ook 2x vaccineren met 2-4 weken ertussen
Bordetella (BB) hoe dan ook 1x per jaar vaccineren

*) zie eerdere uitleg HCC/CAV.

LAGE TITER 16 weken t/m 6 maanden leeftijd

Te lage titer
Parvo Direct opnieuw vaccineren, 4 weken later weer titeren
Hondenziekte Direct opnieuw vaccineren, 4 weken later weer titeren
HCC/CAV Direct opnieuw vaccineren, titeren daarna niet nodig
Leptospirose 1x per jaar opnieuw vaccineren. Waarschijnlijk memorycells.
Para-influenza 1x per jaar opnieuw vaccineren. Waarschijnlijk memorycells
Bordetella (KC) 1x per jaar opnieuw vaccineren. Waarschijnlijk memorycells
Lyme 1x per jaar opnieuw vaccineren. Waarschijnlijk memorycells
Kattenziekte Direct opnieuw vaccineren, 4 weken later weer titeren
Niesziekte 1x per jaar opnieuw vaccineren. Waarschijnlijk memorycells.
Bordetella (BB) 1x per jaar opnieuw vaccineren. Waarschijnlijk memorycells.

LAGE TITER vanaf 6 maanden leeftijd

Te lage titer
Parvo Direct opnieuw vaccineren, 4 weken later weer titeren
Hondenziekte Direct opnieuw vaccineren, 4 weken later weer titeren
HCC/CAV Direct opnieuw vaccineren, titeren daarna niet nodig
Leptospirose 1x per jaar opnieuw vaccineren. Waarschijnlijk memorycells.
Para-influenza 1x per jaar opnieuw vaccineren. Waarschijnlijk memorycells
Bordetella (KC) 1x per jaar opnieuw vaccineren. Waarschijnlijk memorycells
Lyme 1x per jaar opnieuw vaccineren. Waarschijnlijk memorycells
Kattenziekte Direct opnieuw vaccineren, 4 weken later weer titeren
Niesziekte 1x per jaar opnieuw vaccineren. Waarschijnlijk memorycells.
Bordetella (BB) 1x per jaar opnieuw vaccineren. Waarschijnlijk memorycells.

 

HOGE TITER t/m 15 weken leeftijd

Hoge titer 
Parvo iom dierenarts: over 2 wk opnieuw titeren of op 1 jaar leeftijd opnieuw titeren
Hondenziekte iom dierenarts: over 2 wk opnieuw titeren of op 1 jaar leeftijd opnieuw titeren
HCC/CAV iom dierenarts: over 2 wk opnieuw titeren of op 1 jaar leeftijd opnieuw titeren
Leptospirose hoe dan ook 2x vaccineren met 2-4 weken ertussen
Para-influenza iom dierenarts 1x per jaar vaccineren
Bordetella (KC) iom dierenarts 1x per jaar vaccineren
Lyme iom dierenarts 1x per jaar vaccineren
Kattenziekte iom dierenarts: over 2 wk opnieuw titeren of op 1 jaar leeftij opnieuw titeren
Niesziekte 1x per jaar vaccineren
Bordetella (BB) iom dierenarts 1x per jaar vaccineren

 

HOGE TITER 16 weken t/m 1 jaar leeftijd

Hoge titer 
Parvo op 1 jaar leeftijd weer titeren> goed> dan na 1 jaar of 3 jaar weer titeren*
Hondenziekte op 1 jaar leeftijd weer titeren> goed dan na 1 jaar of 3 jaar weer titeren*
HCC/CAV op 1 jaar leeftijd weer titeren> goed dan na 1 jaar of 3 jaar weer titeren*
Leptospirose na eenmalige booster, ieder jaar herhalen
Para-influenza iom dierenarts 1x per jaar vaccineren
Bordetella (KC) iom dierenarts 1x per jaar vaccineren
Lyme iom dierenarts 1x per jaar vaccineren
Kattenziekte op 1 jaar leeftijd weer titeren> goed> dan na 1 jaar of 3 jaar weer titeren*
Niesziekte 1x per jaar vaccineren
Bordetella (BB) iom dierenarts 1x per jaar vaccineren

*) indien deze component gevaccineerd is vanaf 6 maanden leeftijd, kies dan voor 3 jaar, is het daarvóór gebeurd dan kies je voor ieder jaar titeren. Het is dus handiger om de hond/kat tussen de 6 en 12 maanden – onafhankelijk van titeren – eenmalig de hele cocktail te geven en deze te titeren na 4 weken, dan kun je daarna 3 jaar vooruit.

HOGE TITER 1 t/m 9 jaar leeftijd

Hoge titer 
Parvo na 1 jaar of 3 jaar weer titeren*
Hondenziekte na 1 jaar of 3 jaar weer titeren*
HCC/CAV na 1 jaar of 3 jaar weer titeren*
Leptospirose na eenmalige booster, ieder jaar herhalen
Para-influenza iom dierenarts 1x per jaar vaccineren
Bordetella (KC) iom dierenarts 1x per jaar vaccineren
Lyme iom dierenarts 1x per jaar vaccineren
Kattenziekte na 1 jaar of 3 jaar weer titeren*
Niesziekte 1x per jaar vaccineren
Bordetella (BB) iom dierenarts 1x per jaar vaccineren

*) indien deze component gevaccineerd is vanaf 6 maanden leeftijd, kies dan voor 3 jaar, is het daarvóór gebeurd dan kies je voor ieder jaar titeren. Het is dus handiger om de hond/kat tussen de 6 en 12 maanden -onafhankelijk van titeren – eenmalig de hele cocktail te geven en deze te titeren na 4 weken, dan kun je daarna 3 jaar vooruit.

Betrouwbaarheid titerbepaling

Hond: wij testen de titer van Hondenziekte (CDV), Parvo (CPV) en HCC (CAV). Onderstaande tabel len geven de betrouwbaarheid weer van de test. Voor goede bescherming kijk je naar de specificiteit: Bijvoorbeeld als deze 99,8% is, en als de test zegt dat de hond genoeg antilichamen voor Hondenziekte heeft, dan klopt dat in 0,2% van de gevallen niet. (100-99,8=0,2) Dus als men op de test afgaat, dan zouden 2 op de 1000 honden geen hervaccinatie krijgen voor Hondenziekte terwijl ze het wel nodig hebben. Voor Parvo is dit percentage 6% dus 6 op de 100 honden. Wij gebruiken de FASTest en de RAPIDSTATUS test. Deze hebben betere percentages dan de Vaccicheck (u kunt dit zelf vergelijken op vaccicheck.com )

< FASTEST

Kat RAPIDSTATUS: FPV 100% sensitiviteit en 100% specificiteit

VetSupplies

Fretten

U kunt ook titerbepaling laten doen bij uw fret en hem daarna ahv de uitslag direct laten vaccineren, in 1 afspraak van ca. 30 minuten. De kosten zijn hetzelfde als bij de hond.

Tarieven

Op de tarieven pagina kunt u de prijs zien!

Maak online een afspraak

paspoort3