038-4654480

Algemene informatie

Vroeger werden de mens en zijn huisdieren belaagd door vele infectieziektes. Je werd dan ziek en ging dood of je werd, al dan niet beschadigd en voor het leven getekend, weer beter.
Tegen een groot aantal besmettelijke ziektes hebben we ons in de loop van de tijd steeds beter kunnen beschermen. Maar ook tegen een paar nog niet of onvoldoende. Denk bijvoorbeeld aan aids en de gevaarlijke variant van de kippengriep.
De meeste bacteriële ziektes kunnen we met antibiotica genezen. Tegen de meeste virusziektes zijn er entstoffen. Ook tegen sommige bacteriële ziektes zijn er vaccins (vaccin = entstof).
We beschermen onszelf en onze dieren het liefst zo vroeg mogelijk. Dat lukt niet altijd goed omdat er via de moeder (al in de baarmoeder of via de moedermelk) veel antistoffen tegen alle mogelijke ziektes in het jonge lichaam terecht komen. Zolang dat zo is, slaan de meeste inentingen vaak onvoldoende aan. Om de kans op snelle en ook blijvende bescherming zo groot mogelijk te maken, moeten we daarom in de vroege jeugd vaak meerdere malen achter elkaar inenten.
Inentingen bij de kat

Katten krijgen bij onze praktijk volgens een vast schema hun inentingen. Dit houdt in dat ze als kitten twee maal geënt worden nl op 9 en 12 weken. Hierna volgt jaarlijks een herhaling. Hiervoor krijgt u van ons een entoproep thuis gestuurd. Indien u hierop niet reageert krijgt u van ons nogmaals een herinnering. Wat wij jaarlijks enten is mede afhankelijk of uw kat een pension in gaat en/of meegaat naar het buitenland. Indien u een afspraak maakt voor een inenting zijn dit dan ook de eerste vragen die de assistente aan u stelt.

Hieronder volgt informatie over de belangrijkste ziektes bij de kat waar tegen wij inenten.

 

Kattenziekte: 
Het kattenziektevirus verwoest het slijmvlies van het darmstelstel. Het dier gaat daardoor heftig braken en krijgt een ernstige diarree met veel bloed. Uitdroging volgt en de weerstand neemt snel af. De meeste katten sterven er aan. Van zwangere katten, dier besmet raken maar toch nog voldoende weerstand hebben om er zelf niet aan te sterven, worden de kittens vaak met een hersenafwijking geboren.

Er wordt 2x tegen ingeënt n.l.op 9 en 12 weken. Indien u kat niet naar een pension gaat enten wij 1 x per 2 jaar u kat tegen kattenziekte. Een pension zal eisen dat de enting jaarlijks gegeven wordt.

 

Niesziekte:
Het gaat hier om twee verschillende virussen, die beide ongeveer dezelfde ziekteverschijnselen geven: het calicivirus en het rhinotracheitisvirus (een herpesvirus). Onbeschermde dieren krijgen ontstekingen van de slijmvliezen van de ogen, de neus en de mond- en keelholte. De dieren hebben koorts, voelen zich ellendig, en willen niet eten en drinken. De weerstand neemt af en uiteindelijk kunnen ze er aan sterven. De ziekte kan echter in verschillende gradaties voorkomen. Het kan zijn dat er alleen sprake is van niezen, maar ook een ernstige longontsteking kan voorkomen. Het is gebleken dat katten die niet zijn ingeënt vaker de ernstige verschijnselen vertonen.
Jonge kittens, die door de moeder zijn besmet hebben nogal eens last van oogontstekingen en snotneuzen, die slecht willen genezen. Vaak houden ze er een chronische vorm van niesziekte aan over waarbij ze regelmatig weer opnieuw ziek worden met ontstoken oog- en neusslijmvliezen.
Een heel nare vorm van de ziekte is die waarbij een constante zeer pijnlijke ontsteking ontstaat van het tandvlees en de slijmvliezen van de mond- en keelholte. Vaak kunnen ze niet of slecht eten van de pijn en is het ingeven van medicijnen bijna onmogelijk. Het resultaat van een behandeling is vaak teleurstellend.

Anders dan bij kattenziekte, is de bescherming tegen niesziekte door inenting niet perfect. Het zijn virussen, die regelmatig muteren waardoor varianten ontstaan, die in staat zijn de kat toch min of meer ziek te maken. Daarom zou er eigenlijk vaker tegen moeten worden ingeënt dan we nu doen.
Entschema: op 9 en 12 weken en een jaarlijkse herhaling. Zeker bij bezoek aan een pension raden we aan dat de laatste enting niet langer dan een half jaar tevoren is gegeven.

Een van de vervelende veroorzakers van niesziekte in pensions is niet alleen een virus maar kan ook een bacterie zijn. Tegen deze Bordetella bacterie is tegenwoordig ook een vaccin beschikbaar. Net als bij de hond wordt dit in de neus gedruppeld.

Leukemie:
Katten kunnen besmet raken met een virus, dat leukemie veroorzaakt. In Nederland komt dit virus betrekkelijk weinig voor. Dit komt omdat men hier al in het begin van de zeventiger jaren is begonnen om de ziekte bij raskatten uit te bannen en dat is goed gelukt. Er kan tegen worden ingeënt maar dat wordt, vanwege diverse bezwaren, niet standaard gedaan.

Hondsdolheid:
Deze ziekte komt in Nederland niet voor. Onze huisdieren hoeven er dus niet tegen worden beschermd. In alle landen van het Europese vasteland heerst wel hondsdolheid. Met name in bosrijke heuvel- of bergachtige gebieden. De vos is de voornaamste overbrenger van de ziekte.
De overheid stelt een aantal eisen aan de bescherming van honden en katten tegen hondsdolheid,omdat zij de ziekte – door bijten en likken – op de mens kunnen overbrengen. het is een dodelijke ziekte waarbij de hersenen worden aangetast.
Als u uw kat meeneemt naar het buitenland, moet hij tegen hondsdolheid (= rabiës) worden ingeënt. Bovendien moet hij zijn geïdentificeerd door middel van een onderhuidse microchip in combinatie met een gestandaardiseerd Europees Dierenpaspoort, dat u altijd bij u moet hebben. Voor verdere informatie hierover zie info buitenlandadvies.

Op onze praktijk enten wij met een entstof die drie jaar geldig is indien u reist naar landen binnen de EU. Let op! Er zijn echter entstoffen tegen Rabiës die maar een jaar geldig zijn. Indien u hierover twijfelt neem dan contact op met onze praktijk