038-4654480

Waarom vaccineren?

Katten worden wereldwijd standaard gevaccineerd tegen Kattenziekte en Niesziekte. De redenen daarvan zijn:

  • Kattenziekte is dodelijk en zeer besmettelijk
  • Niesziekte is zeer besmettelijk en geeft ernstige ziekte die makkelijk chronisch wordt
  • Het vaccin tegen Kattenziekte is 100% beschermend tegen ziek worden en besmettelijk zijn
  • Het vaccin tegen Niesziekte werkt grotendeels beschermend tegen ziek worden, en grotendeels beschermend tegen het besmettelijk zijn naar andere katten toe. Helaas niet 100%!
  • Kattenziekte komt in Nederland zeer weinig voor omdat vaccinatie ertegen goed werkt
  • Niesziekte komt in Nederland zeer veel voor, maar katten die gevaccineerd zijn worden veel minder en veel korter ziek
  • De Niesziekte vaccinatie werkt 1 tot 3 jaar maar moet de eerste keer herhaald worden na een paar weken.
  • De Kattenziekte vaccinatie werkt minstens 3 jaar

Er zijn nog meer ziektes waar een vaccin voor bestaat. Maar deze vaccins worden niet standaard gebruikt door ons, omdat ze bijvoorbeeld bijwerkingen kunnen hebben, of omdat ze niet goed werken. Of als de kat geen risico loopt op een bepaalde ziekte, dan hoef je het vaccin ook niet te geven (denk aan Rabies, hondsdolheid).

Ons schema 

Katten krijgen bij onze praktijk volgens het vaste Nederlandse schema hun vaccinaties. Dit houdt in dat ze als kitten twee maal geënt worden, op 9 en 12 weken leeftijd. Hierna volgt een vaccinatie op 6-12 maanden leeftijd, daarna jaarlijks een herhaling. Als uw kat bij ons staat ingeschreven als patiënt, dan houden wij de vaccinatie data voor u bij en krijgt u een kaartje en mailtje als de kat weer aan de beurt is. Wat wij jaarlijks vaccineren is mede afhankelijk van of uw kat een pension in gaat en/of meegaat naar het buitenland. Indien u een afspraak maakt voor een inenting zijn dit dan ook de eerste vragen die de assistente aan u stelt.

Variant kittenschema – meer bescherming

Dit schema is gebaseerd op het WSAVA advies ((World Small Animal Veterinary Association) en is gebaseerd op het feit dat niet álle kittens de vaccinatie goed oppakken: 

Meer info over Kattenziekte

Het kattenziektevirus verwoest het slijmvlies van het darmstelstel. Het dier gaat daardoor heftig braken en krijgt een ernstige diarree met veel bloed. Uitdroging volgt en de weerstand neemt snel af. De meeste katten sterven er aan. Van zwangere katten, dier besmet raken maar toch nog voldoende weerstand hebben om er zelf niet aan te sterven, worden de kittens vaak met een hersenafwijking geboren.

Er wordt 2x tegen gevaccineerd, n.l. op 9 en 12 weken. Daarna op 6-12 maanden. Daarna kunnen wij dit elke 3 jaar herhalen. Maar een pension zal vaak eisen dat het vaccin jaarlijks gegeven wordt.

Voor Kattenziekte is titerbepaling mogelijk, deze is betrouwbaar. Meer hierover kunt u vinden op onze website onder titerbepaling.

Meer info over Niesziekte
Het gaat hier om twee verschillende virussen, die beide ongeveer dezelfde ziekteverschijnselen geven: het calicivirus en het rhinotracheitisvirus (een herpesvirus). Onbeschermde dieren krijgen ontstekingen van de slijmvliezen van de ogen, de neus en de mond- en keelholte. De dieren hebben koorts, voelen zich ellendig, en willen niet eten en drinken. De weerstand neemt af en uiteindelijk kunnen ze er aan sterven. De ziekte kan echter in verschillende gradaties voorkomen. Het kan zijn dat er alleen sprake is van niezen, maar ook een ernstige longontsteking kan voorkomen. Het is gebleken dat katten die niet zijn ingeënt vaker de ernstige verschijnselen vertonen.
Jonge kittens, die door de moeder zijn besmet hebben nogal eens last van oogontstekingen en snotneuzen, die slecht willen genezen. Vaak houden ze er een chronische vorm van niesziekte aan over waarbij ze regelmatig weer opnieuw ziek worden met ontstoken oog- en neusslijmvliezen.
Een heel nare vorm van de ziekte is die waarbij een constante zeer pijnlijke ontsteking ontstaat van het tandvlees en de slijmvliezen van de mond- en keelholte. Vaak kunnen ze niet of slecht eten van de pijn en is het ingeven van medicijnen bijna onmogelijk. Het resultaat van een behandeling is vaak teleurstellend.

Anders dan bij kattenziekte, is de bescherming tegen niesziekte door inenting niet perfect. Het zijn virussen, die regelmatig muteren waardoor varianten ontstaan, die in staat zijn de kat toch min of meer ziek te maken. Daarom zou er eigenlijk vaker tegen moeten worden ingeënt dan we nu doen.
Entschema: op 9 en 12 weken en een jaarlijkse herhaling. Zeker bij bezoek aan een pension raden we aan dat de laatste enting niet langer dan een half jaar tevoren is gegeven.

Een van de vervelende veroorzakers van niesziekte in pensions is niet alleen een virus maar kan ook een bacterie zijn. Tegen deze Bordetella bacterie is tegenwoordig ook een vaccin beschikbaar. Net als bij de hond wordt dit in de neus gedruppeld. Dit vaccin wordt dus niet standaard gegeven maar dit wordt wel met u overlegd.

Het niesziekte vaccin bevat beide virussen en moet, als het voor het eerst gegeven wordt, herhaald worden na 2-4 weken. Daarna moet het jaarlijks worden herhaald, omdat het bij een deel van de katten na 1 jaar een verminderde werking heeft. Bij een deel van de katten werkt het vaccin wel langer, maar wij kunnen dit niet testen. De titerbepaling die voor Niesziekte veel wordt gedaan, is niet betrouwbaar.

Meer info over Leukemie
Katten kunnen besmet raken met een virus, dat leukemie veroorzaakt. In Nederland komt dit virus betrekkelijk weinig voor. Dit komt omdat men hier al in het begin van de zeventiger jaren is begonnen om de ziekte bij raskatten uit te bannen en dat is goed gelukt. Er kan tegen worden ingeënt maar dat wordt, vanwege diverse bezwaren, niet standaard gedaan.

Meer info over Rabies / Hondsdolheid
Deze ziekte komt in Nederland niet voor. Onze huisdieren hoeven er dus niet tegen worden beschermd. In alle landen van het Europese vasteland heerst wel hondsdolheid. Met name in bosrijke heuvel- of bergachtige gebieden. De vos is de voornaamste overbrenger van de ziekte.
De overheid stelt een aantal eisen aan de bescherming van honden en katten tegen hondsdolheid,omdat zij de ziekte – door bijten en likken – op de mens kunnen overbrengen. het is een dodelijke ziekte waarbij de hersenen worden aangetast.
Als u uw kat meeneemt naar het buitenland, moet hij tegen hondsdolheid (= rabiës) worden ingeënt. Bovendien moet hij zijn geïdentificeerd door middel van een onderhuidse microchip in combinatie met een gestandaardiseerd Europees Dierenpaspoort, dat u altijd bij u moet hebben. Voor verdere informatie hierover zie info buitenlandadvies.

Op onze praktijk enten wij met een entstof die drie jaar geldig is indien u reist naar landen binnen de EU. Let op! Er zijn echter entstoffen tegen Rabiës die maar een jaar geldig zijn. Indien u hierover twijfelt neem dan contact op met onze praktijk.